Landschap

Het peervormige eiland is ongeveer zo groot als Nederland en België samen. In het midden van het eiland is een bergketen, tot ongeveer 2500 m. Vanaf de kust naar het bergland loopt het land geleidelijk op. Hoewel ook in Sri Lanka veel oerwoud verloren is gegaan door onoordeelkundig kappen, bestaat nog ongeveer 25% van het land uit bos. Op elk plekje zijn wel karakteristieke plaatjes te zien: steltvissers in het zuiden, parelduikers in het Mannar-district. Overal zijn tempels en dagoba's te zien.
Na het aller-zuidelijkste puntje van het eiland - Dondra - komt tot Antarctica niets anders dan zee. In het binnenland zijn in de Mahaweli-rivier dammen gebouwd, zodat men in droge tijden uit de stuwmeren kan putten voor irrigatie, drinkwater en elektriciteit. In Sri Lanka worden veel edelstenen en halfedelstenen gedolven. Ratnapura is het centrum. Sri Lanka beheerst de wereldmarkt op het gebied van grafiet, daarvan worden potloden gemaakt.  

Klimaat

Het eiland ligt 750 km ten noorden van de evenaar en heeft dus een tropisch klimaat. De lengte van de dagen is bijna het gehele jaar door hetzelfde. Om zes uur komt de zon op en na 12 uur gaat hij ook weer onder. De avond valt hier wel heel snel in.
Men kent er geen seizoenen, maar er zijn de jaarlijkse moessonregens. Het zijn tropische regenbuien, wat inhoudt dat het vaak niet lang, maar wel heel hard regent. In de maanden juni tot oktober waait de moesson uit het zuidwesten en van december tot maart uit het noordoosten. Omdat er in het binnenland bergen zijn, kent het land flinke klimaatverschillen.

In het noorden, in de buurt van Jaffna, valt de minste neerslag, zodat het daar heet en dor is. In de bergen, rond Nuwara Eliya, echter is het behoorlijk koud en nat. Aan de kust is het over het algemeen aangenaam weer, terwijl het in het laaggelegen binnenland behoorlijk heet en vochtig is.
Helaas brengt de moesson lang niet altijd de regen waar men zo naar uitziet. Door het onoordeelkundig kappen van het oerwoud is de situatie nu te instabiel. Overigens is er in het noorden ook in het verleden vaak sprake geweest van extreme droogte, men heeft oude watertanks gevonden die een buffer moesten vormen in tijden van droogte. 
Nu worden deze bouwwerken weer hersteld en opnieuw gebruikt voor irrigatiedoeleinden. Hierdoor is het mogelijk genoeg landbouwproducten te kunnen oogsten voor de binnenlandse behoefte.


Natuurreservaten
Men heeft in Sri Lanka gelukkig ingezien dat men niet door kon gaan met het plegen van roofbouw. Daarom is er een aantal natuurreservaten aangewezen. Hier kunnen dieren en planten ongestoord leven en zo de nodige diversiteit in stand houden. Verder is er een aantal fraaie botanische tuinen waar het goed toeven is. En niet te vergeten is er het olifantenweeshuis waar jonge olifanten worden opgevangen en grootgebracht

Sri Lanka bevolking
De bevolking van Sri Lanka, 19 miljoen, bestaat uit Singalezen, Tamils, mensen van Arabische afkomst en Burghers. 
De Singalezen (73% van de bevolking) vormen de oorspronkelijke bevolking. Volgens de legende stammen zij af van de zoon van de koningsdochter en een leeuw (Singha). Een van de nazaten van deze zoon werd door zijn vader wegens zijn smadelijke gedrag verbannen. Hij vestigde zich met zijn aanhang op het eiland. Dit volk groeide uit tot een fiere natie die vanaf de derde eeuw na Christus regelmatig werd aangevallen door Tamilkoningen uit het zuiden van India, waarmee de Singalezen overigens voor die tijd goede banden hadden onderhouden; getuige de vele huwelijken die de Singalese vorsten sloten met Tamilprinsessen.


De markt in Negombo

De Tamils (nu zo’n 19%), afstammelingen van de legers die Sri Lanka binnenvielen vanaf de derde eeuw vestigden hun koninkrijk in het noorden en midden van het eiland, rond Anuradhapura. Na herovering van deze gebieden en hereniging van het Noord- en Zuid-rijk kwam de macht weer aan de Singalezen en verdwenen de Tamils in de marge. Vanaf de dertiende eeuw ontstaan er verschillende kleine koninkrijkjes, waaronder die van Tamilvorsten. De Portugezen lieten de bestaande verhoudingen tussen de vorstendommen in stand (verdeel en heers), wat ook aanvankelijk de politiek van de Hollanders was. Zij echter moesten in 1796 het bestuur aan de Engelsen overdoen omdat Holland in oorlog was met Frankrijk en haar koloniën niet afdoende kon beschermen. 


Onder het bewind van de Engelsen werden de Tamils steeds belangrijker omdat zij op veel bestuursposten werden ingezet. Toen in 1948 Ceylon onafhankelijk werd en de Engelsen het bestuur overdroegen was het niet vreemd dat de etnische tegenstellingen weer de kop opstaken, deels door het wegvallen van een krachtig gezag, deels door een vermeende haat tegen het oude bestuur.

De Arabieren (7%) kwamen vanaf 900 na Chr. Met de handelskaravanen uit Voor-Indië, Afghanistan. Maar ook in de Portugese Tijd (1500 – 1600) vestigden zich veel Arabieren in Sri Lanka. Meestal spreekt men over Moslims, maar de moslimgemeenschap is in feite enkele procenten groter dan de etnische groep. 

De Burghers (1%) stammen af van de Portugezen en in grotere mate van de Hollanders die met de handelsstroom van de VOC-schepen meereisden. Velen waren overigens ook van Duitse afkomst in dienst van de VOC. Tot op heden onderscheiden vele Burghers zich door lid te zijn van de Nederduits Hervormde Kerk en door consequent de Engelse taal te spreken.











Cookies helpen ons onze services te leveren. Door onze services te gebruiken, geeft u aan akkoord te gaan met ons gebruik van cookies. OK